輞川集 Wangchuan ji

Wǎngchuān jí; [Wang-ch'uan].
Engelse titel: Bij de rivier de Wang

De reeks gedichten 'Bij de rivier de Wang' schreef Wang Wei samen met Pei Di (716-?), een van zijn beste vrienden. Over hem is weinig bekend; Wang Wei heeft ruim dertig gedichten aan, over of met hem geschreven. Voor de beroemde reeks schreven de twee elk een gedicht over twintig plaatsen in de buurt van de rivier de Wang, zo vertelt een korte inleiding. Wang Wei's deel van de reeks is vaak en in vele talen vertaald, soms ook alleen een paar gedichten ervan. Pei Di's helft wordt meestal weggelaten, omdat zijn poëzie minder belangrijk werd geacht. Toch heeft zijn bijdrage in deze reeks kwaliteit, al is zijn stijl veel directer dan die van Wang Wei. Het werk van beide dichters heeft een rijke filosofische ondertoon, maar Wang Wei's poëzie, die aan de oppervlakte eenvoudig lijkt, is over het algemeen veel suggestiever en biedt daardoor meer interpretatiemogelijkheden. Pei Di's gedichten zijn vaker vertellend van toon.

Dat is bijvoorbeeld heel duidelijk in het beroemde gedicht 'Hertenloo'. Waar Wang Wei's regels eenzaamheid oproepen en voelbaar maken, deelt Pei Di eenvoudig mee dat hij inmiddels de enige bezoeker op die plaats is. Daarnaast maakt Pei Di de herten uit de titel expliciet afwezig, bij Wang Wei is hun afwezigheid impliciet. Tegelijkertijd belichten deze gedichten over dezelfde onderwerpen ook elkaar en is het boeiend om steeds twee gedichten over precies hetzelfde onderwerp zo naast elkaar te zien.

In sommige gevallen hebben de dichters tegengestelde ideeën gehad; zo schrijft Wang Wei in het gedicht 'Honingbomenpad' dat een poortwacht gastvrij de ingang blijft vegen, voor het geval er iemand langs mocht komen; bij Pei Di veegt er juist niemand. In andere gevallen hebben de dichters min of meer gelijke ideeën gehad: in het eerste gedicht bijvoorbeeld, ‘Laagte bij de Muren van Meng', contrasteren beide dichters op hun eigen manier het idee van oud met nieuw, van verleden met heden. In ‘Magnoliablad’ refereren beide dichters aan het derde gedicht van de ‘Negen Liederen’ van Qu Yuan en in beide versies van ‘Lakbomentuin’* staat de taoistische filosoof Zhuang Zi (vierde eeuw v. Chr) centraal. Maar ondanks dezelfde associaties in de gedichten is het contrast tussen de suggestieve Wang Wei en de explicitiere Pei Di groot. (Lidia Marijnissen 2012 p 140-141)

*
Lakbomentuin (Wang Wei)

Meester Zhuang was geen trotse ambtenaar,
hij had niet veel op met bestuurszaken.

Als bij toeval kreeg hij een lichte post:
onbekommerd telde hij de bomen.

Lakbomentuin (Pei Di)

Gemak werd al vroeg mijn tweede natuur,
- hier is een oude belofte vervuld.

Vandaag struin ik door de lakbomentuin
en hervind de vreugd van meester Zhuang.

(vertaling Silvia Marijnissen)

Ga naar de auteurspagina Wang Wei

Online informatie:

Wikipedia: Wangchun Ji


Literatuur en vertalingen

Hieronder kunt u een selectie maken van de verschillende publicatievormen en de taal. Ik beperk me tot vier taalgebieden (Nederlands, Engels, Frans en Duits). De meeste literatuur is overigens engelstalig.

U kunt bij teksttype ook apart de vertalingen selecteren.


Boeken 1 tot 2 van de 2

Marijnissen, Sylvia (2012). Berg en water: Klassiek Chinese landschapsgedichten. De Arbeiderspers.*
ISBN13: 978-90-295-8412-8ISBN: 9789029584128

Warner, Ding Xiang (2005). The Two Voices of Wangchuan Ji: Poetic Exchange between Wang Wei and Pei Di. Early Medieval China (tft), 10-11.2, 57-72.

Boeken 1 tot 2 van de 2