start > Zhuangzi > verdieping > notitie

Over leven en dood

A. Citaten uit de brontekst

Zhuangzi Hst 6-VII (fragment) De naderende dood van Meester Yu

Zhuangzi Hoofdstuk 6 paragraaf VII pag. 115-116

[...] Meester Yu werd ... plotseling ziek, en Meester Si ging vragen hoe het met hem ging. Meester Yu zei: ‘Geweldig is de schepper, dat hij bezig is mij zo schots en scheef te maken! Ik krijg kromme heupen en een bochel op m’n rug, mijn vijf zintuigen zitten boven op m’n hoofd en mijn kin zakt af tot m’n navel. Mijn schouders reiken hoger dan mijn kruin en de knobbel onder aan mijn nek staat rechtop naar boven.’

Meester Si, Meester Yu, Meester Li en Meester Lai zaten met z’n vieren te praten, en zeiden tot elkaar: ‘Wie kan het niet-zijn beschouwen als zijn hoofd, het leven als zijn ruggengraat en de dood als zijn kont? Wie beseft dat dood en leven, het bewustzijn en het onbewuste één lichaam zijn? Die zal onze vriend zijn!’ De vier keken elkaar aan en barstten in lachen uit. Er was geen enkele weerstand in hun hart, en zo werden ze vrienden.

Meester Yu werd daarop plotseling ziek, en Meester Si ging vragen hoe het met hem ging. Meester Yu zei: ‘Geweldig is de schepper, dat hij bezig is mij zo schots en scheef te maken! Ik krijg kromme heupen en een bochel op m’n rug, mijn vijf zintuigen zitten boven op m’n hoofd en mijn kin zakt af tot m’n navel. Mijn schouders reiken hoger dan mijn kruin en de knobbel onder aan mijn nek staat rechtop naar boven.’

Zijn yin- en yang-energieën waren duchtig in de war, maar zijn hart bleef kalm, en hij maakte zich geen zorgen. Strompelend begaf hij zich naar de put om zich in het water te spiegelen. Toen zei hij: ‘Ach! Werkelijk, de schepper, wat is hij bezig met mij zo schots en scheef te maken!’

‘Vind je het naar?’ vroeg Meester Si.

‘Welnee! Waarom zou ik het naar vinden? Als hij mijn linker-arm in een ei verandert, dan word ik daarna een haan die de dageraad aankondigt. Verandert hij mij in een kogel van een kruisboog, dan haal ik later een uil om te roosteren binnen. En als hij m’n billen tot een wagen maakt, en m’n geest tot een paard, dan ga ik erop zitten, en wat voor ander voertuig zou ik dan nog nodig hebben? Ja heus, toen ik het leven kreeg was dat omdat de tijd daarvoor was aangebroken, en nu ik het ga verliezen is dat ook volgens de aard der dingen. Zij die vrede hebben met het verloop van de tijd en berusten in de natuurlijke gang van zaken, op hen kan verdriet noch vreugde enige vat krijgen. Dat is wat de ouden noemden: “van boeien bevrijd zijn”. Maar als je niet in staat bent jezelf te bevrijden, dan zullen de schepsels je aan banden houden. Hoe dan ook, altijd al hebben de schepsels het moeten afleggen tegen de natuurlijke ordening van de hemel. En waarom zou ik dat naar vinden?’

Niet lang daarna werd Meester Lai ziek. Al lijdende naderde hij zijn einde. Zijn vrouw en kinderen stonden om hem heen en huilden. Meester Li kwam op bezoek, en zei: ‘Hé daar! Laat dat! Verstoor de verandering niet!’ Daarop leunde hij tegen de deur-post en zei tot de zieke: ‘Groots is de schepper! Wat gaat hij nu van je maken? Waar gaat hij je nu heen sturen? Zal hij je misschien tot de lever van een muis maken? Of tot de poot van een insect?’

Meester Lai antwoordde: ‘Een kind zal altijd zijn ouders gehoorzamen, waar ze hem ook heen sturen. De band van de mens met yin en yang is nog veel hechter dan die met de ouders. Als ze mij bij de dood brengen, maar ik wil hun niet gehoorzamen, dan zou ik wel erg weerbarstig zijn. Wat voor onrecht kan ik hun verwijten? Wat hebben ze misdaan?

[*]

Neem nou een grote smid die ijzer gaat smeden, en dan begint het ijzer ineens te springen en te roepen: “Ik wil beslist een Moyé worden!” Zou dan die smid niet vinden dat dit een onheil brengend stuk ijzer was? En zo ook als je toevallig een menselijke vorm hebt gehad, en daarom steeds roept: “Alleen maar mens! Alleen maar mens wil ik zijn!” Dan zou de schepper je ook beslist een onheil brengend mens vinden. Als we nu de hemel en de aarde als een grote smeltpot beschouwen en de schepper als de grote smid, waar zou ik dan weigeren heen te gaan? Alles vervolmaakt zijnde zal ik inslapen, en met hernieuwde kracht zal ik ontwaken.’

[...]
Vertaling krostofer Schipper, Zhuangzi p116-117

* Schipper laat hier enkele zinnen weg. Deze vinden we bij Schipper terug als de laatste twee zinnen van hst 6-II:
De grote materie [letterlijk: de grote aardklomp] belastte me met een lichaam, liet me zwoegen door het leven, genieten van mijn oude dag en laat me rusten in de dood. Dat wat mijn leven aangenaam maakt is daarom ook hetgeen wat ik in de dood waardeer.

Fraser vertaalt:
The Huge Clump burdens me with form, labours me with life, eases me with old age, and rests me with death. So what makes my life good is the very thing that makes my death good. (Fraser 2013, Xunzi versus Zhuangzi p 423).

Watson vertaalt:
The Great Clod burdens me with form, labors me with life, eases me in old age, and rests me in death. So if I think well of my life, for th same reason I must think well of my dead (Watson 2013 Zhuangzi p48)
The Great Clod burdens me with form, labors me with life, eases me in old age, and rests me in death. So if I think well of my life, for th same reason I must think well of my dead (Watson 2013 Zhuangzi p44); met als noot: Or perhaps the meaning is "So if it makes my life good, it must for the same reason make my day good

Graham vertaalt:
That hugest of clumps of soil loaded me with a body, had me toiling through a life, eased me with old age, rests me with death; therefore that I found it good to live is the very reason why I find it good to die. (Graham Chuang-Tzu. The Inner Chapters p. 88).
That hugest of clumps of soil loads me with a body, has me toiling through a life, eases me with old age, rests me with death; therefore that I find it good to live is the very reason why I find it good to die.(Graham Chuang-Tzu. The Inner Chapters p. 86).

Legge:
There is the great Mass (of nature);-- I find the support of my body in it; my life is spent in toil on it; my old age seeks ease on it; at death I find rest on it: what has made my life a good will make my death also a good.(Ctext 6-5)
There is the great Mass (of nature) - I find the support of my body on it; my life is spent in toil on it; my old age seeks ease on it; at death I find rest in it - what makes my life a good makes my death also a good. (Ctext 6-2)

Lynn 2022 (met commentaar Guo Xiang):
The Great Clod burdens me with physical form [xing], tires me with life, gives me ease with old age, and allows me rest with death. Therefore, if I regard my life to be good, for the same reason I should likewise regard my death to be good (Lynn 2022 Zhuangzi p143 -6.24.3)
Commentaar Guo Xiang: The principle [li] is the same for both.

The Great Clod burdens me with physical form [xing], tires me with life, gives me ease with old age, and allows me rest with death. (Lynn 2022 Zhuangzi p135 -6.10.30). Commentaar Guo Xiang: Physical form, life, old age, and death - all these are what I am. Therefore, my body is something for me to carry; my life provides the way for me to labor; my old age allows me leisure; and death brings me to an end. Although these four involve change, I never stop being who I am, so why schould I have any regrets!

Zhuangzi Hst 18-II Zhuangzi's vrouw is gestorven

Zhuangzi Hoofdstuk 18 paragraaf II pag. 238

Zhuang Zi’s vrouw was gestorven. Hui Zi kwam condoleren. Zhuang Zi zat op de grond met gespreide benen op een vat te trommelen en te zingen.

Hui Zi zei: ‘Zij heeft met je geleefd, je kinderen grootgebracht en is oud geworden. Nu haar lichaam gestorven is en je niet huilt, dat is tot daaraan toe. Maar op een vat te zitten trommelen en te zingen, is dat niet een beetje te veel?’

‘Zo is het niet!’ zei Zhuang Zi. ‘Toen ze stierf was ik natuurlijk diep bedroefd, net als ieder ander. Maar toen dacht ik na over haar begin, en hoe er oorspronkelijk geen geboorte bestaat; en niet alleen geen geboorte, maar oorspronkelijk ook geen lichaam; en niet alleen geen lichaam, maar oorspronkelijk ook geen qi. In duisternis en vaagheid was alles vermengd [als in de oerchaos]! Door een eerste verandering kwam er qi, door de verandering van de qi ontstond haar lichaam, en door nog een verandering werd ze geboren. Nu is er opnieuw een verandering geschied en is ze gestorven. Dit is net als lente, zomer, herfst en winter, de cyclus van de vier jaargetijden. Thans ligt ze rustig te slapen in de grote kamer [van hemel en aarde]. Stel dat ik haar nu achtervolgde met groot misbaar en tranen, dan zou ze vinden dat ik niets begrepen heb van het lot. Dus ben ik ermee opgehouden.’

Vertaling Kristofer Schipper, Zhuangzi p 238

Zhuangzi Hst 18-III De dood en meneer de Malle

Zhuangzi Hoofdstuk 18 paragraaf III pag. 239

Meneer Gedrocht en Meneer de Malle aanschouwden de heuvel van de Heer der Duisternis en ook de toppen van de Kunlun, daar waar de Gele Keizer rust. Opeens groeide er een gezwel op de arm van Meneer de Malle. Hij schrok ervan en keek niet vrolijk. ‘Vind je het akelig?’ vroeg Meneer Gedrocht. ‘Welnee!’ antwoordde Meneer de Malle. ‘Wat zou ik daar nou akelig aan vinden? Leven is niets anders dan lenen. Dat wat we lenen om te leven is stof. Leven en dood zijn als dag en nacht. Hier zijn we om de kosmische veranderingen te aanschouwen, en nu ben ik het zelf die aan verandering onderhevig is. Wat zou ik daar nou akelig aan vinden?’

Vertaling Krisofer Schipper, Zhuangzi p 239

Zhuangzi Hst 18-IV De doden en hun vreugde

Zhuangzi Hoofdstuk 18 paragraaf IV pag. 239-240

Toen Zhuang Zi in Chu was, zag hij daar eens een lege schedel ...hij pakte de schedel op, nam hem tot hoofdsteun en ging slapen. In het midden van de nacht verscheen de schedel hem in een droom, en sprak: ... Zou je niet eens willen horen van de vreugde van de doden?’

‘Goed,’ zei Zhuang Zi.

‘Bij de doden,’ vervolgde de schedel, ‘zijn er geen heersers en geen dienaren, en evenmin is er al dat werk der jaargetijden. Alles loopt vanzelf, en onze jaren zijn eindeloos als hemel en aarde. Zelfs de koning op zijn troon kent de vreugde niet die wij ervaren.’

Zhuang Zi weigerde dit te geloven, en zei: ‘Als ik de Opzichter van het Lot* ertoe zou kunnen bewegen je je lijf terug te geven, compleet met vlees, botten, spieren en huid, en je je ouders, je echtgenote, je woonplaats en je oude vrienden allemaal terugkreeg, hoe zou je dat vinden?’

De schedel fronste zijn wenkbrauwen en keek nors voor zich uit: ‘Hoe zou ik ooit deze vreugde van de doden willen opgeven, om de vermoeienissen van het mensenleven daarvoor terug te krijgen!’

* noot Schipper: Siming, de god die het lot van de mensen, en in de eerste plaats hun levensduur bestuurt. Hij zetelt in de Grote Beer.

Vertaling kristofer Schipper, Zhuangzi p239-240

Zhuangzi Hst 22-I (fragment) .leven en dood zijn metgezellen

Zhuangzi Hoofdstuk 22 paragraaf I pag. 280-282

[..]

En voorts luidt het:

Zij die de Tao bedrijven verminderen dag na dag.
Ze verminderen en verminderen steeds weer opnieuw,
Totdat ze het nietsdoen bereiken.
Dankzij dat nietsdoen is er niets dat niet gedaan wordt.

Al degenen die nu reeds tot ding zijn geworden,* wanneer zij willen “terugkeren tot hun wortel”, dan zal dat heel moeilijk zijn.
Dat is alleen maar eenvoudig voor de grote mensen onder ons. Het leven is de “volgeling van de dood”, en de dood is het begin van het leven: wie kent hun mechanisme? Het leven van de mens bestaat uit een bundeling van qi: zolang die bundeling duurt is er leven, maar als die zich ontbindt gaat men dood. Wanneer leven en dood volgelingen van elkaar zijn, waar zou ik dan nog bevreesd voor zijn? Alle tienduizend dingen zijn immers één! De mooie onder hen zien we als goddelijke wonderen, en de lelijke onder hen beschouwen we als stinkende rotdingen. Stinkende rotdingen veranderen in goddelijke wonderen, en goddelijke wonderen veranderen weer in stinkende rotdingen. Daarom wordt gezegd: “Eén enkele qi doorstroomt de gehele wereld.” Daarom waardeert de heilige mens het Ene.’

Noot Schipper:
* En een eigen hoedanigheid hebben verworven, die afgescheiden is van de grote eenheid in de Tao.

Vertaling Kristofer Schipper 2007 p 281-282

Zhuangzi Hst 32-XIII Zhuangzi ligt op sterven

Zhuangzi Hoofdstuk 32 paragraaf XIII pag. 414

Toen Zhuang Zi op het punt lag te sterven, wilden zijn volgelingen een grote begrafenis voor hem bereiden. Maar Zhuang Zi zei: ‘Wat mij betreft zijn hemel en aarde de planken van mijn doodskist, de zon en de maan de twee jade ringen, de constellaties de kralenkettingen en de tienduizend dingen mijn grafgiften. Zijn alle dingen die ik in mijn graf moet meekrijgen dan al niet volledig? Wat moet daar nog aan toegevoegd worden?’

‘We zijn bang dat de raven en valken u, meester, zullen opeten!’ zeiden de volgelingen.

‘Boven de grond zijn het de raven en valken die mij eten, en onder de grond de wormen en de mieren. Waarom partij kiezen voor de ene groep en niet voor de andere?’

[...]

Vertaling Kristofer Schipper, Zhuangzi p414

B.Notitie

In de Zhuangzi lezen we een prachtige zin die op een rouwkaart niet zou misstaan:
"Hij kwam toen zijn tijd was aangebroken, en hij ging weer op het moment dat het was afgelopen" (ZZ p 75 met kleine aanpassing). Kortom, we komen en we gaan.

In hst 6-VII zegt meester Yu, die op sterven ligt, het volgende:
Ja heus, toen ik het leven kreeg was dat omdat de tijd daarvoor was aangebroken, en nu ik het ga verliezen is dat ook volgens de aard der dingen. Zij die vrede hebben met het verloop van de tijd en berusten in de natuurlijke gang van zaken, op hen kan verdriet noch vreugde enige vat krijgen. Dat is wat de ouden noemden: “van boeien bevrijd zijn”. Zhuangzi p 155 (zie ook hierboven onder A)

In deze zin wordt zz visie op leven en dood kernachtig samengevat.

Over leven en dood

[ ... ]

Rituelen

In de tijd van Zhuangzi (en lang daarvoor en daarna) werd grote waarde gehecht aan de juiste begrafenisrituelen. Zeer uitgebreide protocollen waren van toepassing en de (vroegere) Confucianisten waren hierin gespecialiseerd. Begrafenissen (van de elite) waren een uitzonderlijk vertoon van pracht en praal. De Mohisten hadden hier grote kritiek op. Ze vonden het maar verspilling.

Zhuangzi hecht weinig waarde aan al die rituelen en uiterlijk vertoon. Op veel plaatsen in de Zhuangzi wordt kritiek op de Confucianistische begrafenisrituelen geuit (noot toevoegen). Ik volsta hier met een kort commentaar dat de stervende Zhuangzi op de plannen van zijn volgelingen.

[..] Zhuang Zi zei: ‘Wat mij betreft zijn hemel en aarde de planken van mijn doodskist, de zon en de maan de twee jade ringen, de constellaties de kralenkettingen en de tienduizend dingen mijn grafgiften. Zijn alle dingen die ik in mijn graf moet meekrijgen dan al niet volledig? Wat moet daar nog aan toegevoegd worden?’
‘We zijn bang dat de raven en valken u, meester, zullen opeten!’ zeiden de volgelingen.
‘Boven de grond zijn het de raven en valken die mij eten, en onder de grond de wormen en de mieren. Waarom partij kiezen voor de ene groep en niet voor de andere?’ (Zhuangzi hst 32-XIII p 414, zie ook hierboven onder A).

Literatuur

Hieronder kunt u een selectie maken van de verschillende publicatievormen en de taal. Ik beperk me tot vier taalgebieden (Nederlands, Engels, Frans en Duits). De meeste literatuur is overigens engelstalig. U kunt bij teksttype ook apart de vertalingen selecteren en U kunt desgewenst ook een specifieke auteur zoeken.

Boeken 1 tot 9 van de 9

Ames, Roger T. (1998). Death as transformation in classical Daoism. Death and Philosophy, hst 7, 51-63. *

Chai, David (2016). On Pillowing One’s Skull: Zhuangzi and Heidegger on Death. Frontiers of Philosophy in China, 11(3), 483-500. *

Farrugia, Mark L. (2015). To Die or Not to Die: Zhuangzi’s Three Immortalities. Frontiers of Philosophy in China, 10 (3), 380-414. *

Fraser, Chris (2013). Xunzi Versus Zhuangzi: Two Approaches to Death in Classical Chinese Thought. Frontiers of Philosophy in China, 8 (3), 410–427. *

--- (2011). Emotion and Agency in Zhuangzi. Asian Philosophy, 21 (1), 97-121. *
Ook online.

Galvany, Albert (2009). Distorting the Rule of Seriousness: Laughter, Death, and Friendship in the Zhuangzi. Dao, 8, 49-59. *

Liu, Pengbo (2022). Death in the Zhuangzi: Themes, arguments, and interpretations.

Meer informatie...

Olberding, Amy (2007). Sorrow and the Sage: Grief in the Zhuangzi. Dao, Vol 6 p339-359 *

Poo, Mu-Chou (1990). Ideas concerning Death and Burial in Pre-Han and Han China. Asia Major, 3/2, 25-62. *

Boeken 1 tot 9 van de 9